Niet leven, maar overleven
- unjardinvert

- 3 jul
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 4 jul

Toen ik deze week opnieuw hooi in de ruif legde, besefte ik hoe vreemd dat eigenlijk is. Midden in de zomer. Normaal zouden onze pony's de hele dag genieten van fris, groen gras. Dit jaar is het gras op de weide bijna even droog als het hooi in de schuur. We voeren ondertussen dezelfde hoeveelheid hooi als in de winter. Dat voelt niet alleen vreemd, maar ook zorgwekkend. Want tegelijk is er dit jaar veel minder hooi van het land gekomen. De voorraad die eigenlijk bedoeld was voor de winter, wordt nu al aangesproken.
En we zijn lang niet de enigen. Overal hoor ik hetzelfde verhaal. Boeren voeren hun vee al weken hooi bij. De droogte is niet langer iets waar we af en toe over praten; ze bepaalt steeds meer hoe we werken, welke keuzes we maken en lijkt wel het enige gespreksonderwerp bij de bakker of de supermarkt. Niet alleen voor landbouwers, maar voor iedereen die leeft van en met de natuur.
Als je aandachtig rondkijkt, zie je hoe alles zich aanpast. Het rijke bodemleven heeft zich dieper in de grond teruggetrokken, op zoek naar vocht. Bomen laten hun bladeren vallen alsof het al herfst is. Planten stoppen met groeien om energie te sparen. Waar de natuur in de zomer normaal bruist van energie, lijkt ze nu vooral bezig met overleven. Ook het geluid van de zomer is anders. Het gras knispert onder je voeten. De aarde voelt hard aan. Wanneer je een pad bewandelt, waait er stof op waar normaal vochtige grond ligt. De hitte maakt alles stil. Alsof de natuur haar adem inhoudt en wacht op regen.
Water geven lijkt een eenvoudige oplossing, maar dat is het niet. Door de waterrestricties zijn de mogelijkheden beperkt, en bovendien is het gewoon onmogelijk om alles water te blijven geven. Elke emmer doet je nadenken. Geef je die aan de jonge fruitboom die nog maar net werd geplant? Aan de bessenstruiken vol bessen hangen? Of aan de groenten die we graag willen oogsten?
Je kunt niet alles redden. En dat is misschien wel het moeilijkste van zo'n zomer. De oogst wordt plots minder belangrijk dan het behoud van wat je de voorbije jaren hebt opgebouwd. Dit jaar gaat het niet over groeien of produceren. Het gaat over in leven houden. Toch mogen we niet klagen, onze moestuin doet het verrassend goed. Dankzij de hulp van onze Workawayers wordt er volop geoogst, geplant en gezaaid. Terwijl de ene courgettes oogst, maakt iemand anders alweer een bed klaar om opnieuw te zaaien. Er wordt gewerkt, maar er wordt ook veel gepraat. Over hoe mensen in andere landen omgaan met droogte, over voedselproductie, over de natuur en over de toekomst. Die gesprekken inspireren me telkens opnieuw.
Ik merk ook hoe we elk jaar bijleren. Niet alleen over tuinieren, maar vooral over observeren.
Een paar jaar geleden zou mijn eerste reactie geweest zijn om harder te werken. Meer water dragen. Nog een oplossing zoeken. Nog iets extra proberen. Nu besef ik steeds meer dat de belangrijkste lessen niet ontstaan door harder te werken, maar door beter te kijken.
Welke plekken houden langer vocht vast? Welke planten redden zichzelf verrassend goed? Waar beschermen bomen de bodem tegen de zon? Hoe kunnen we de grond afdekken zodat ze minder snel uitdroogt? Het zijn geen spectaculaire oplossingen. Het zijn kleine observaties die samen een groot verschil maken.
Misschien is dat ook wat permacultuur voor mij betekent. Niet proberen de natuur te beheersen, maar haar leren begrijpen. Niet steeds harder ingrijpen, maar zoeken hoe je een betere partner van de natuur kunt worden. Waar we vroeger vooral bezig waren met rennen – met emmers water, plantgoed en oogstmanden – proberen we dit jaar ook bewust tijd te maken om gewoon even te zitten. Rond te kijken. Te observeren. Want ondanks de droogte is er nog zoveel moois. Een vlinder die toch zijn weg vindt tussen de bloemen, een tomatenplant die koppig blijft doorgroeien, een pompoen die zich niets lijkt aan te trekken van de hitte, het gezoem van de bijen of de schaduw van een oude boom waar alles net iets koeler aanvoelt.
Ik merk meer dan ooit dat dit onze plek is. Niet omdat alles hier gemakkelijk is of vanzelf gaat. Integendeel. Maar omdat we hier elke dag opnieuw mogen leren, fouten maken en omdat we stap voor stap bouwen aan een plek die elk jaar een beetje veerkrachtiger wordt.
In de gesprekken die ik de laatste tijd voer en de mensen die ik ontmoet, voel ik hoop. Ik ontmoet steeds meer mensen die op zoek zijn naar een andere manier van leven. Mensen die opnieuw willen samenwerken met de natuur in plaats van haar voortdurend te willen controleren. Mensen die beseffen dat we niet alle antwoorden hebben, maar die wel bereid zijn om te leren. Steeds vaker voelt sober leven niet als iets moeten opgeven, maar als een bewuste keuze. Minder verspillen. Meer waarderen. Niet steeds meer willen, maar beter zorgen voor wat er al is.
Dat betekent niet dat ik de droogte wil romantiseren. Ik hoop dat er snel regen komt, liefst zachte, aanhoudende regen die de droge toplaag niet meeneemt in haar stroom. Ik wil dat de bodem opnieuw water opneemt, regentonnen zich vullen en reserves herstellen. Ik hoop vooral dat de bomen en struiken die we de voorbije jaren met zoveel zorg hebben geplant, deze zomer doorkomen. Maar ik geloof ook in de veerkracht van de natuur. Ze heeft een ongelooflijk herstelvermogen, als we haar de kans geven. En misschien geldt dat ook voor ons als mensen.

Misschien zal ik me deze zomer later niet herinneren als de zomer waarin alles dor werd. Misschien herinner ik me vooral de momenten waarop we bewust even gingen zitten, minder deden en meer zagen. Waarop we beseften dat deze plek niet alleen gevormd wordt door wat wij doen, maar ook door wat de natuur ons laat zien. De Amerikaanse schrijfster Ursula K. Le Guin verwoordde dat prachtig:
"It's above all by imagination that we achieve perception, and compassion, and hope."
Juist door ons een andere toekomst voor te stellen, leren we anders kijken. En wanneer we anders leren kijken, ontstaan er ook andere keuzes.
Misschien is dat wel de belangrijkste les van deze droge zomer. Niet dat we de natuur moeten leren beheersen, maar dat we opnieuw mogen leren hoe we er deel van kunnen zijn.




Opmerkingen